Ontmoeting Met Herodes
Deze les is automatisch geïmporteerd uit een TXT bestand.
Bijbellezing:
A. Hoe voelde Herodes zich, toen hij Jezus ontmoette, en wat waren zijn gedachten, toen hij Hem zag? Lukas 23:8.
“Deze Herodes was de man, wiens handen waren bevlekt met het bloed van Johannes de Doper. Toen Herodes voor het eerst van Jezus hoorde, werd hij door schrik bevangen, en hij zei: “Johannes, die ik onthoofd heb, die is opgewekt”, “daarom werken die krachten in hem”. Nochtans verlangde Herodes Jezus te zien. Nu was de gelegenheid om het leven van deze profeet te redden, en de koning hoopte voorgoed de herinnering aan dat bloedend hoofd, dat in een schotel tot hem werd gebracht, uit zijn gedachten te bannen. Ook wilde hij zijn nieuwsgierigheid bevredigen, en hij dacht, dat, indien Christus Zijn vrijheid werd voorgehouden, Hij wel alles zou doen wat van Hem zou worden gevraagd. Een grote groep priesters en oudsten had Christus naar Herodes vergezeld. En toen de Heiland werd binnengeleid, brachten deze hooggeplaatsten, opgewonden sprekend, nadrukkelijk hun beschuldigingen tegen Hem in. Maar Herodes besteedde weinig aandacht aan hun aanklachten. Hij gebood stilte, daar hij een gelegenheid wenste om Christus te verhoren. Hij beval, dat de boeien van Christus moesten worden losgemaakt, tegelijkertijd Zijn vijanden ervan beschuldigend, Hem ruw te hebben behandeld. Terwijl hij met medelijden in het rustige gelaat van de Verlosser der wereld zag, las hij daarin alleen wijsheid en reinheid. Hij was evengoed als Pilatus ervan overtuigd, dat Christus was beschuldigd uit kwaadwilligheid en naijver.” –De Wens der Eeuwen, blz. 636-637.
B. Hoe begon Herodes’ gesprek met Jezus? Lukas 23:9 (eerste deel), 10.
“Herodes ondervroeg Christus met veel woorden, maar de Heiland handhaafde een diep stilzwijgen. Op bevel van de koning werden toen de kreupelen en ongelukkigen binnengebracht, en Christus werd bevolen Zijn aanspraken te bewijzen door een wonder te verrichten. De mensen zeggen, dat Gij de zieken kunt genezen, zei Herodes. Ik verlang er bijzonder naar te zien, dat Uw wijd verbreide roem geen leugen is. Jezus antwoordde niet, en Herodes drong verder aan: Indien Gij voor anderen wonderen kunt verrichten, verricht ze dan nu voor Uw eigen welzijn, en het zal U ten goede dienen. Opnieuw gebood hij: Geef ons een teken, dat Gij de macht bezit die het gerucht U heeft toegeschreven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 637.
- ONDERVRAGING, BESCHULDIGING, MISHANDELING di, 21 okt A. Beschrijf Christus’ houding tegenover Zijn ondervragers, en de reden daarvoor. Lukas 23:9 (laatste deel); 1 Petrus 2:22–24.
“Maar Christus was als iemand, die niet hoort en niet ziet. De Zoon van God had de menselijke natuur aangenomen. Hij moest datgene doen wat een mens in gelijke omstandigheden zou doen. Daarom wilde Hij geen wonder verrichten om Zichzelf de pijn en de vernedering te besparen, die mensen moeten verdragen, wanneer ze in dezelfde omstandigheden verkeren… Het geweten van Herodes was nu heel wat minder gevoelig dan, toen hij op het verzoek van Herodias om het hoofd van Johannes de Doper, van afschuw had gebeefd… En nu bedreigde hij Jezus, door steeds weer te herhalen, dat hij de macht bezat om Hem vrij te laten of te veroordelen. Maar Jezus liet door geen enkel teken blijken, dat Hij het had gehoord. Herodes ergerde zich aan dit zwijgen. Het scheen te wijzen op een volkomen onverschilligheid voor zijn gezag. Voor de ijdele en praalzieke koning zou een openlijke berisping minder aanstoot hebben gegeven dan op deze wijze te worden genegeerd. Toornig bedreigde hij Jezus opnieuw, die nog steeds onbewogen en stilzwijgend daar stond. De zending van Christus in deze wereld was niet om voldoening te schenken aan doelloze nieuwsgierigheid. Hij kwam om te genezen de gebrokenen van hart. Indien Hij een enkel woord had kunnen spreken om de wonden van de door zonden zieke zielen te genezen, dan zou Hij niet hebben gezwegen. Maar Hij had geen woorden voor dezulken, die de waarheid onder hun onheilige voeten slechts zouden vertrappen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 637–638.
B. Wat kunnen we in dit geval leren van Christus’ voorbeeld? Spreuken 26:4.
“Christus had tot Herodes woorden kunnen spreken, die tot de oren van de verharde koning zouden zijn doorgedrongen. Hij had hem met vrees en beven kunnen treffen door de volkomen zondigheid van zijn leven voor hem open te leggen en de verschrikking van zijn naderende ondergang. Maar het zwijgen van Christus was de strengste berisping, die Hij kon geven. Herodes had de waarheid, die door de grootste der profeten tot hem was gesproken, verworpen, en hij zou geen andere boodschap meer ontvangen. De Majesteit des hemels had geen woord voor hem. Het oor, dat altijd voor menselijke smart had opengestaan, luisterde niet naar de bevelen van Herodes. De ogen, die steeds waren blijven rusten op de berouwvolle zondaar in ontfermende, vergevende liefde, keurden Herodes geen blik waardig. De lippen, die de meest indrukwekkende waarheid hadden gesproken, die op de meest tedere wijze met de zondigste en verdorvenste mensen hadden gepleit, waren gesloten voor de hoogmoedige koning, die geen behoefte gevoelde aan een Heiland..” –De Wens der Eeuwen, blz. 638.
Let op: Deze les is automatisch gegenereerd uit een TXT bestand. Controleer en bewerk de inhoud om ervoor te zorgen dat:
- De bijbelteksten correct zijn
- De geheugentekst juist is geciteerd
- De Nederlandse vertaling accuraat is
- De inhoud past bij de ZDA-Ref doctrine
Voor verdere studie: Referenties uit TXT bestand