Spring naar hoofdinhoud

Ijver Om De Boodschap Te Delen

Dag: 4

Datum: 19/11/2025

Ijver Om De Boodschap Te Delen

Deze les is automatisch geïmporteerd uit een TXT bestand.

Bijbellezing:

A. Wat deden de twee discipelen in Emmaüs meteen, toen ze Jezus herkenden? Lukas 24:33–35.

“Maar nu ze dit grote nieuws te vertellen hebben, kunnen ze niet blijven zitten praten. Hun vermoeidheid en honger zijn verdwenen. Ze laten hun maaltijd onaangeroerd staan, en vol vreugde gaan ze onmiddellijk op weg over het pad, waarlangs ze gekomen zijn, zich haastende om het nieuws te gaan vertellen aan de discipelen in de stad. Op sommige gedeelten is de weg niet veilig, maar zij klimmen over de steile gedeelten, uitglijdend over de gladde rotsen. Zij zien niet en weten niet, dat zij de beschermd worden door Hem, Die met hen langs deze weg is gegaan. Met hun pelgrimsstaf in de hand haasten zij zich voort, verlangend nog sneller te gaan dan zij al wagen. Zij geraken het spoor bijster, maar vinden het weer terug. Soms hard lopend, soms struikelend, reppen zij zich voort, terwijl hun ongeziene Metgezel de gehele weg dicht naast hen blijft. De nacht is donker, maar de Zon der Gerechtigheid schijnt over hen. Hun harten springen op van vreugde. Het lijkt hun, alsof ze in een nieuwe wereld zijn. Christus is een levende Heiland. Zij treuren niet langer over Hem als over een dode. Christus is opgestaan, steeds weer herhalen ze dat. Dit is de boodschap, die zij aan de treurenden brengen. Zij moeten het heerlijke verhaal vertellen van de wandeling naar Emmaüs. Zij moeten vertellen wie Zich onderweg bij hen voegde. Zij brengen de belangrijkste boodschap, die ooit aan de wereld werd gegeven, een boodschap van blijde tijding, waarvan de hoop van het menselijk geslacht voor tijd en eeuwigheid afhangt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 702.

B. Wat gebeurde er onverwachts, terwijl de meeste discipelen van Christus zich in de bovenzaal in Jeruzalem bevonden? Lukas 24:36–40; Johannes 20:19–21.

“Zij (de twee discipelen) gaan naar de opperzaal, waar Jezus de uren van de laatste avond vóór Zijn dood heeft doorgebracht… Ze bemerken, dat de deur van de zaal zorgvuldig is gegrendeld. Ze kloppen om te worden binnengelaten, maar er komt geen antwoord. Alles is stil. Dan noemen ze hun namen. De deur wordt voorzichtig geopend, zij gaan binnen, en ongezien gaat nog Iemand met hen naar binnen. Dan wordt de deur weer gegrendeld om spionnen te weren… Zie, een Ander voor hen staat. Ieders oog wordt op de Vreemdeling gericht. Niemand heeft geklopt om te worden binnengelaten. Geen voetstap is gehoord. De discipelen zijn geschrokken en vragen zich af wat dit betekent. Dan horen zij een stem, die geen andere is dan de stem van hun Meester. Helder en duidelijk komen de woorden over Zijn lippen: ‘Vrede zij met u’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 703.


Let op: Deze les is automatisch gegenereerd uit een TXT bestand. Controleer en bewerk de inhoud om ervoor te zorgen dat:

Voor verdere studie: Referenties uit TXT bestand