Druk Op Pilatus
Dag: 3
Datum: 14/10/2025
Druk Op Pilatus
Deze les is automatisch geïmporteerd uit een TXT bestand.
Bijbellezing:
A. Welke vraag stelde Pilatus aan Jezus, terugkerend naar de rechtszaal, en waarom? Johannes 18:33.
“De priesters stonden voor een lastige keuze. Zij zagen dat zij hun huichelarij moesten hullen in de diepste verborgenheid. Zij moesten niet laten blijken, dat Christus op godsdienstige gronden was gevangengenomen. Indien dit als reden naar voren werd gebracht, dan zou hun handelwijze voor Pilatus van geen gewicht zijn. Zij moesten het doen voorkomen alsof Jezus de burgerlijke wet tegenwerkte; dan zou Hij als een politiek misdadiger kunnen worden veroordeeld. Onlusten en rebellie tegen de Romeinse regering kwamen voortdurend onder het Joodse volk voor. Tegen deze opstanden waren de Romeinen bijzonder krachtig opgetreden, en zij hielden voortdurend toezicht om alles wat tot een uitbarsting zou kunnen leiden, te onderdrukken… Hij (Pilatus) geloofde niet, dat de gevangene plannen tegen de regering had gesmeed. Zijn zwakke, bescheiden verschijning was in volkomen tegenspraak met de aanklacht. Pilatus was ervan overtuigd, dat er een snood complot was gesmeed om een onschuldig man, die de Joodse hoogwaardigheidsbekleders in de weg stond, uit de weg te ruimen… Pilatus was zeer verwonderd over Zijn houding. Slaat deze Man geen acht op datgene wat er voorvalt, omdat Hij geen waarde hecht aan Zijn leven? vroeg hij zich af. Toen hij naar Jezus keek, Die smaad en hoon verdroeg zonder wederwoord, gevoelde hij, dat Hij niet zo zondig en onrechtvaardig kon zijn als de schreeuwende priesters.” –De Wens der Eeuwen, blz. 633–634.
B. Hoe antwoordde Jezus op de vraag van Pilatus, en met welke reactie?Johannes 18:34–35.
“In de hoop de waarheid van Hem te vernemen en te ontkomen aan het tumult van de menigte, nam Pilatus Jezus terzijde en vroeg Hem opnieuw: “Zijt Gij de Koning der Joden?” Jezus beantwoordde de vraag niet rechtstreeks. Hij wist, dat de Heilige Geest met Pilatus worstelde, en Hij gaf hem de gelegenheid zijn overtuiging te erkennen. “Zegt gij dit uit uzelf”, vroeg Hij, “of hebben anderen u over Mij gesproken?” Dat wil zeggen, was het de aanklacht van de priesters, of een verlangen om licht van Christus te ontvangen, dat Pilatus deze vraag ingaf? Pilatus begreep, wat Christus bedoelde; maar trots rees op in zijn hart. Hij wilde de overtuiging, die zich bij hem naar voren drong, niet erkennen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 6734–635.
- DE AARD VAN CHRISTUS’ KONINKRIJK wo, 15 okt A. Hoe legde Jezus de aard van Zijn koninkrijk duidelijk uit, om begrepen te worden door allen tot het einde van de aardse geschiedenis? Johannes 18:36.
“Maar heden zijn er in de godsdienstige wereld velen, die, naar zij geloven, werken voor de oprichting van het koninkrijk van Christus als een aardse, tijdelijke heerschappij. Zij verlangen onze Heere tot heerser te maken over de koninkrijken van deze wereld, de heerser aan de hoven en in de legerkampen van deze wereld, in de gerechtsgebouwen, de paleizen en op de marktplaatsen. Zij verwachten, dat Hij zal regeren door wettelijke verordeningen, die door menselijk gezag worden opgelegd. Aangezien Christus hier nu niet persoonlijk aanwezig is, willen zij zich wel verbinden in Zijn plaats te handelen, de wetten van Zijn koninkrijk ten uitvoer te brengen. In de dagen van Christus wensten de Joden de oprichting van een dergelijk koninkrijk. Zij zouden Jezus hebben aangenomen, indien Hij gewillig was geweest een tijdelijke heerschappij te vestigen, met geweld datgene door te voeren wat zij beschouwden als de wetten van God, en hen de uitvoerders van Zijn wil en de dragers van Zijn gezag te maken. Maar Hij zei: ‘Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.’ (Johannes 18:36). Hij wilde de aardse troon niet aanvaarden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 441.
B. Waaraan herinnert Christus ons hier op aarde? Markus 12:17.
“De regering, waaronder Jezus leefde, was corrupt en onderdrukkend; overal heersten schreeuwende misstanden, afpersing, onverdraagzaamheid en meedogenloze wreedheid. Toch probeerde de Heiland niet burgerlijke hervormingen teweeg te brengen. Hij viel niet de nationale misbruiken aan, en veroordeelde ook de nationale vijanden niet. Hij mengde Zich niet in het gezag of beheer van hen, die aan de macht waren. Hij, die ons voorbeeld was, hield Zich afzijdig van aardse regeringen. Niet omdat Hij voor de smarten der mensen onverschillig was, maar omdat de middelen ter verbetering niet enkel in menselijke en uiterlijke maatregelen lagen. Om een doeltreffende uitwerking te verkrijgen, moest de genezing de mensen persoonlijk bereiken en het hart vernieuwen. Niet door beslissingen van gerechtshoven of raadsvergaderingen of vergaderingen van een wetgevende macht, niet door de bescherming van de groten der aarde wordt het koninkrijk van Christus opgericht, maar door het inplanten van het karakter van Christus in de mens door het werk van de Heilige Geest.” –De Wens der Eeuwen, blz. 441. “Het samengaan van de Kerk en Staat zal zelfs, wanneer de band tussen beide heel los is, misschien de indruk wekken, dat de wereld tot de kerk wordt bekeerd, maar in werkelijkheid wordt de kerk tot de wereld bekeerd.” –De Grote Strijd, blz. 280.
Let op: Deze les is automatisch gegenereerd uit een TXT bestand. Controleer en bewerk de inhoud om ervoor te zorgen dat:
- De bijbelteksten correct zijn
- De geheugentekst juist is geciteerd
- De Nederlandse vertaling accuraat is
- De inhoud past bij de ZDA-Ref doctrine
Voor verdere studie: Referenties uit TXT bestand