Spring naar hoofdinhoud

Scherpzinnigheid Van Karakter

Dag: 3

Datum: 07/10/2025

Scherpzinnigheid Van Karakter

Deze les is automatisch geïmporteerd uit een TXT bestand.

Bijbellezing:

A. Beschrijf het verschil tussen het beeld van Judas, dat de discipelen schetsten in tegenstelling tot zijn werkelijke motieven en karakter. Johannes 12:6.

“Judas stond in hoog aanzien bij de discipelen en hij had op hen een grote invloed. Hijzelf had een hoge dunk van zijn eigen bekwaamheden, en zag op zijn broeders neer als mensen, die ver beneden hem stonden in oordeel en bekwaamheid. Zij zagen hun gunstige gelegenheden niet, dacht hij, en maakten geen gebruik van de omstandigheden. Met zulke kortzichtige mannen als leiders zou de gemeente nooit tot bloei komen. Petrus was driftig; hij was gewoon te handelen zonder na te denken. Johannes, die alle waarheden uit de mond van Christus als schatten koesterde, werd door Judas beschouwd als een stumperige financier. Mattheüs, wiens opleiding hem had geleerd precies te zijn in alle dingen, nam het erg nauw met de eerlijkheid, en hij was steeds bezig de woorden van Christus te overdenken en werd hierdoor zó in beslag genomen, dat, naar Judas meende, men hem niet kon toevertrouwen op handige, vooruitziende wijze zaken te doen. Op deze wijze vormde Judas zich een oordeel over alle discipelen, en vleide zichzelf met de gedachte, dat de gemeente dikwijls verward en beschaamd zou staan, indien hij niet zo uitstekend de zaken zou regelen. Judas beschouwde zichzelf als een bekwaam man, die niet kon worden overtroffen. In zijn eigen mening deed hij de zaak eer aan, en als zodanig gedroeg hij zich ook steeds… De kleine bedragen, die in zijn handen kwamen, waren een voortdurende verleiding. Dikwijls wanneer hij een kleine dienst voor Christus verrichtte of tijd wijdde aan godsdienstige zaken, betaalde hij zichzelf uit deze povere bron. In zijn eigen ogen dienden deze voorwendsels om zijn handelingen te verontschuldigen, maar in Gods ogen was hij een dief.” –De Wens der Eeuwen, blz. 625, 626.

B. Bij welke specifieke gelegenheid manifesteerde Judas’ karakter zich openlijk? Johannes 12:3–5; Matthéüs 26:14–16. Hoe probeerde Jezus hem te helpen?

“Judas was blind voor zijn eigen zwakke karakter, en Christus stelde hem op een plaats, waar hij de gelegenheid had om dit in te zien en zich te verbeteren. Als penningmeester der discipelen was hij aangewezen om in de behoeften van het kleine gezelschap te voorzien en de noden van de armen te verlichten… Door het dienen van anderen had Judas een onbaatzuchtige geest kunnen ontwikkelen. Maar terwijl hij dagelijks luisterde naar de lessen van Christus en getuige was van Zijn onbaatzuchtige leven, bleef Judas zijn hebzuchtige aard koesteren.” –De Wens der Eeuwen, blz. 625–626.

  1. CHRISTUS’ WERK TEN BEHOEVE VAN JUDAS wo, 8 okt A. Hoe probeerde Christus de hebzuchtige apostel aan te spreken? Johannes 12:7–8.

“De Heiland las het hart van Judas; Hij kende de diepte van ongerechtigheid, waarin Judas, indien hij niet werd verlost door de genade van God, verzinken zou. Door deze man met Zichzelf te verbinden, zette Hij hem op een plaats, waar hij dag na dag in aanraking zou kunnen komen met de stroom van Zijn eigen onzelfzuchtige liefde. Indien hij zijn hart zou openstellen voor Christus, zou goddelijke genade de boze geest van de zelfzucht uitbannen, en zelfs Judas zou dan een onderdaan van het koninkrijk van God kunnen worden. God neemt de mensen, zoals zij zijn, met de menselijke trekken in hun karakter, en leidt ze op voor Zijn dienst, indien ze zich onder Zijn leiding willen stellen en van Hem willen leren. Ze worden niet gekozen, omdat ze volmaakt zijn, maar ondanks hun onvolmaaktheden, opdat door de kennis en het toepassen van de waarheid, zij door de genade van Christus, veranderd zullen worden naar Zijn beeld. Judas had dezelfde kansen als de andere discipelen. Hij luisterde naar dezelfde waardevolle lessen. Maar het in praktijk brengen der waarheid, wat Christus eiste, kwam niet overeen met de verlangens en plannen van Judas, en hij wilde zijn ideeën niet opgeven om wijsheid uit de hemel te ontvangen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 245–246.

B. Beschrijf het herderlijke karakter, dat onze Goede Herder ten opzichte van Judas toonde. Psalm 77:10; 86:15.

“Op hoe tedere wijze behandelde de Heiland de man, die Zijn verrader zou worden! Bij Zijn onderwijs stond Jezus stil bij de beginselen der vrijgevigheid, die hebzucht in de wortel treffen. Hij stelde Judas het afschuwelijke karakter van gierigheid voor ogen, en dikwijls besefte de discipel, dat zijn karakter daardoor afgebeeld werd en hij op zijn zonde gewezen werd; maar hij wilde zijn ongerechtigheid niet belijden en laten. Hij was eigengerechtigd en in plaats van de verleiding te weerstaan, bleef hij volharden in zijn bedriegelijke praktijken. Christus stond voor hem, een levend voorbeeld van datgene, wat hij worden moest, indien hij de weldaad van goddelijke voorspraak en tussenkomst aanvaardde; maar les na les ging voorbij aan de oren van Judas, zonder dat hij er acht op sloeg. Jezus maakte hem geen scherpe verwijten voor zijn hebzucht, maar met goddelijk geduld verdroeg hij deze dwalende man, terwijl Hij hem toch liet blijken, dat Hij zijn hart las als een open boek. Hij stelde hem de hoogste motieven om goed te doen voor ogen; en voor het verwerpen van het licht zou Judas geen verontschuldiging hebben.” –De Wens der Eeuwen, blz. 246.


Let op: Deze les is automatisch gegenereerd uit een TXT bestand. Controleer en bewerk de inhoud om ervoor te zorgen dat:

Voor verdere studie: Referenties uit TXT bestand