Aangenomen In Het Apostelschap
Dag: 2
Datum: 06/10/2025
Aangenomen In Het Apostelschap
Deze les is automatisch geïmporteerd uit een TXT bestand.
Bijbellezing:
A. Hoe reageerde Jezus op het voorstel van Judas om een plaats onder de twaalf in te nemen, en hoe reageerden de andere discipelen? Matthéüs 8:20.
“Judas geloofde, dat Jezus de Messias was; en door zich onder de discipelen te scharen, hoopte hij zich te verzekeren van een hoge positie in het nieuwe koninkrijk. Deze hoop wilde Jezus hem ontnemen door op deze wijze over Zijn armoede te spreken. De discipelen wilden gaarne, dat Judas een van de hunnen zou worden. Hij had een indrukwekkend voorkomen, een man met een scherp onderscheidingsvermogen en bruikbare talenten, en zij bevalen hem bij Jezus aan als iemand, die Hem zeer van dienst zou kunnen zijn bij Zijn arbeid. Ze waren verrast, dat Jezus hem zo koel ontving. De discipelen waren zeer teleurgesteld geweest, dat Jezus niet had getracht de medewerking te verkrijgen van de leiders in Israël. Ze hadden het gevoel, dat het verkeerd was, Zijn zaak niet te versterken door de steun van deze invloedrijke mensen te verkrijgen. Indien Hij Judas afgewezen zou hebben, zouden ze in hun hart getwijfeld hebben aan de wijsheid van hun Meester. Wat daarna met Judas gebeurde, zou het gevaar tonen, dat schuilt in het toelaten van wereldse overwegingen bij het besluiten of iemand geschikt is voor het werk van God. De samenwerking met mannen, zoals die waarmee de discipelen gaarne hadden willen samenwerken, zou het werk in handen gespeeld hebben van de ergste vijanden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 245. B. Wat staat er over Judas als een apostel geschreven? Matthéüs 10:2–4; Johannes 6:64.
“De Heiland wees Judas niet af. Hij gaf hem een plaats onder de twaalven. Hij vertrouwde hem het werk van een evangelist toe. Hij schonk hem de kracht om zieken te genezen en duivelen uit te werpen. Maar Judas kwam niet zover, dat hij zichzelf volkomen aan Christus overgaf. Hij gaf zijn wereldse eerzucht en zijn liefde voor geld niet op. Terwijl hij de positie van een dienaar van Christus aanvaardde, liet hij zich niet door God vormen. Hij meende, dat hij zijn eigen oordeel en inzichten zou kunnen behouden, en hij kweekte een gezindheid van kritiek leveren en beschuldigen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 625.
C. Hoe was het verraad voorzien? Johannes 6:70–71; 13:9–10; Psalm 41:10.
Let op: Deze les is automatisch gegenereerd uit een TXT bestand. Controleer en bewerk de inhoud om ervoor te zorgen dat:
- De bijbelteksten correct zijn
- De geheugentekst juist is geciteerd
- De Nederlandse vertaling accuraat is
- De inhoud past bij de ZDA-Ref doctrine
Voor verdere studie: Referenties uit TXT bestand